Functiebeperking
|
Studenten aan de Academische IB-opleiding die een functiebeperking hebben, kunnen in aanmerking komen voor ondersteunende onderwijsvoorzieningen wanneer zij door deze beperking niet optimaal het onderwijs kunnen volgen of tentamens kunnen afleggen.
De SPO volgt in de procedure inzake studenten met een functiebeperking het beleid van de Rijksuniversiteit Groningen, vastgelegd in de notitie ‘Functie beperkt? Positie versterkt! (2005). In het bepalen van de toe te kennen voorziening wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen door de RUG uitgegeven in: Hoe het anders kan. (2005).
Procedure Een student die een beroep wil doen op ondersteunende onderwijsvoorzieningen dient dit zelf, middels een schriftelijk verzoek, bij de studiecoördinator van de SPO aan te vragen. In dit verzoek moet de student aangeven om welke beperking het gaat en welke voorzieningen hij/zij noodzakelijk acht voor het goed kunnen volgen van het onderwijs en het afleggen van tentamens.
Afhankelijk van de functiebeperking en gewenste voorziening dient de student de aanvraag van bewijsstukken te voorzien. Bewijsstukken zijn doorgaans een verklaring van een (huis)arts, specialist, therapeut, psycholoog, etc. Het moet duidelijk zijn of het een chronische dan wel tijdelijke functiebeperking betreft.
Desgewenst kan de studiecoördinator een persoonlijk gesprek met de student aangaan voor het verkrijgen van extra informatie omtrent de functiebeperking en wensen voor onderwijsvoorzieningen.
De studiecoördinator beoordeelt de aanvraag op basis van het verzoek, de bewijsstukken en het eventuele gesprek met de student.
De studiecoördinator stelt een advies op en maakt een voorstel voor de te nemen onderwijsvoorzieningen en legt deze ter beoordeling en goedkeuring voor aan de examencommissie. Wanneer nodig wint de studiecoördinator voor een zo goed mogelijk advies informatie in bij derden/deskundigen.
Wanneer de examencommissie akkoord is, wordt de uitslag schriftelijk of via de mail medegedeeld aan de student. Een kopie hiervan wordt toegevoegd aan het dossier van de student.
De student moet, elk jaar van inschrijving, opnieuw een verzoek indienen voor studieondersteunende voorzieningen.
De praktische afhandeling voor invoering van de voorzieningen en communicatie naar student en docenten vindt plaats via de studiecoördinator en het studiesecretariaat van de SPO.
De SPO kan alleen voorzieningen bieden die praktisch en financieel realistisch en haalbaar zijn. In alle andere gevallen moet in goed overleg met de student gezocht worden naar alternatieve mogelijkheden.
Dyslexie (en dyscalculie) Aparte aandacht, wat betreft studeren met een functiebeperking, behoeft dyslexie (waaronder ook dyscalculie).
Wanneer een student ondersteunende voorzieningen aanvraagt vanwege dyslexie dient hij/zij altijd een dyslexieverklaring en de rapportage behorende bij de dyslexieverklaring te overleggen. Een dyslexieverklaring mag niet ouder dan 6 jaar zijn.
Wanneer nodig kan de studiecoördinator vragen om extra informatie zoals de rapportage behorende bij de dyslexieverklaring.
De studiecoördinator wint, bij enige twijfel, altijd advies in bij een deskundige.
|
