Een kennismaking met de geschiedenis van de opleiding

Foto van HeymansDe Stichting voor Pedagogisch Onderwijs (SPO) en de door haar verzorgde opleiding kent een lange traditie. Haar wortels liggen in 1918. Aanvankelijk richtte de stichting zich op de pedagogisch-didactische opleiding van leraren voor het voortgezet onderwijs. Aan een dergelijke scholing was behoefte omdat men in het voortgezet onderwijs de waarde van pedagogisch didactische scholing voor leraren steeds sterker ging inzien, maar de overheid hiervoor geen voorzieningen trof. De lesbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs werd verkregen op basis van een doctoraal examen van de universiteit of op basis van de zogenaamde akte voor Middelbaar Onderwijs (M.O-akte).

 

 


 

 

Beide opleidingen stonden garant voor uitstekende vakinhoudelijke kennis, maar bevatten geen pedagogisch-didactische component. In 1918 is de 'Vereeniging voor Paedagogisch Onderwijs aan de Rijksuniversiteit Groningen' opgericht om in deze leemte te voorzien. De vereniging organiseerde en financierde cursussen en vakdidactische lezingen voor aanstaande leraren. De cursisten namen op vrijwillige basis deel aan dit onderwijs omdat een pedagogisch-didactische scholing voor hen niet verplicht was. Dit veranderde in 1952. In dat jaar werd bij Koninklijk Besluit een pedagogisch-didactische opleiding verplicht gesteld om een lesbevoegdheid te verkrijgen. De pedagogisch-didactische scholing werd vanaf toen onderdeel van de lerarenopleiding.

 

 


 

 

Er kwam geen eind aan de werkzaamheden van de vereniging omdat de overheid in 1952 bepaalde dat leraren van kweekscholen (de voorlopers van onze PABO's) voortaan in het bezit moesten zijn van een akte pedagogiek, de zogenaamde M.O.-akte Pedagogiek. Deze akte bestond al sinds 1925 en was bestemd voor personen uit de opvoedings- en onderwijspraktijk die niet de mogelijkheid hadden om universitaire examens af te leggen. Tegenwoordig zouden we het niveau van deze akte kwalificeren als H.B.O.-niveau. Vanaf 1954 ging de Vereniging voor Pedagogisch Onderwijs zich met deze M.O.-akten Pedagogiek bezighouden. Van verenigingsactiviteiten als het organiseren van lezingen was echter geen sprake meer. In 1965 kwam dit tot uitdrukking in een nieuwe organisatievorm en een nieuwe naam. De vereniging werd een stichting: de Stichting Pedagogisch Onderwijs. Deze stichting kreeg er een taak bij. Zij moest onderzoek verrichten op het gebied van de pedagogiek en de didactiek. In 1965 werd een onderzoek ingesteld naar de onderwijssituatie in de Noordoostpolder, momenteel wordt promotieonderzoek gefinancierd naar de Groningse Vensterschool.

 

 


 

 

De belangrijkste taak van de SPO is nog steeds het geven van onderwijs. De stichting verzorgt tot op de dag van vandaag de HBO opleiding pedagogiek. M.O.-akten pedagogiek bestaan niet meer. De opleiding verzorgt evenwel nog steeds de opleiding voor leraren pedagogiek. Maar de opleiding is breder geworden. Ze kent naast de Lerarenvariant de specialisaties Jeugdzorg en Onderwijsbegeleiding.

Ook verzorgt de opleiding een academische route waarmee studenten kunnen doorstromen naar de masterroutes algemeen pedagogische wetenschappen en onderwijskunde van de Rijksuniversiteit Groningen, of naar een verkort schakelprogramma Orthopedagogiek met als doel doorstroming naar de master Orthopedagogiek.

 

De geschiedenis van de SPO is in 1994 beschreven door J. Ver-moolen in een gedenkboek dat is uitgegeven ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan (75 jaar Vereniging/Stichting voor Pedagogisch Onderwijs aan de RUG). Dit gedenkboek is bij het secretariaat verkrijgbaar.

Hogeschool voor Pedagogisch en Sociaal-Agogisch Onderwijs Groningen
SPO Groningen
Grote Rozenstraat 38
9712 TJ Groningen
050 363 65 25
spo@rug.nl
Visitatierapporten
Nieuwsbulletin 21
SPO weer bij de top !
ACLO voor SPO-studenten